foto: Sabine van Erp

SOVIDZ in het kort

Stichting SOVIDZ (Stop Onnodige Vrijheidsbeperkging In de Zorg) is op 19 juni 2020 opgericht.

SOVIDZ heeft tot doel het algemeen belang te dienen door ernaar te streven dat zorgorganisaties die langdurig verblijf aanbieden, ten tijde van een pandemie, persoonsgerichte zorg blijven aanbieden en ten behoeve van hun cliënten en bewoners slechts vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen indien die noodzakelijk en ­ proportioneel zijn.

SOVIDZ behartigt daarbij de belangen van een ieder die op grond van mensenrechten recht heeft op privé leven, familie- en gezinsleven en woning en de corresponderende rechten op informatie en toegang tot informatie, en zij die professioneel of anderszins betrokken zijn bij wonen en zorgen.

De stichting meent in aanmerking te komen voor de status van een Algemeen nut beogende instelling (Anbi) en daardoor gebruik te kunnen maken van bepaalde belastingvoordelen bij erven en schenken. SOVIDZ heeft nog niet de Anbi-satus, maar zal de aanvraag daartoe spoedig indienen.



Bestuur van de stichting

Berber Bijma, voorzitter

Karin Fleur, secretaris

Bianca Maas, penningmeester



STATUTEN


Naam en zetel

Artikel 1

1.         De stichting draagt de naam: Stichting SOVIDZ.

2.         Zij heeft haar zetel in Amsterdam.


Doel

Artikel 2

1.         De stichting heeft ten doel het algemeen belang te dienen door ernaar te streven dat zorgorganisaties die langdurig verblijf aanbieden, ten tijde van een pandemie, persoonsgerichte zorg blijven aanbieden en ten behoeve van hun cliënten en bewoners slechts vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen indien die noodzakelijk en ­ proportioneel zijn.

2.         De stichting behartigt daarbij de belangen van een ieder die op grond van mensenrechten recht heeft op privé leven, familie- en gezinsleven en woning en de corresponderende rechten op informatie en toegang tot informatie, en zij die professioneel of anderszins betrokken zijn bij wonen en zorgen.

3.         De stichting tracht haar doel te bereiken met alle daartoe geëigende middelen, waaronder het verstrekken van advies, informatievoorziening en voorlichting, het voeren van juridische procedures alsmede het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande rechtstreeks of zijdelings verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn, alles in de ruimste zin des woords.

4.         Met uitzondering van het bepaalde in lid 1 is iedere bedrijfsuitoefening welke een

commercieel risico voor de stichting zou kunnen meebrengen, in beginsel uitgesloten, met dien verstande dat beleggingen zijn toegestaan indien terugbetaling van de nominale inleg redelijkerwijs gewaarborgd is.

5.         De stichting heeft bij het verrichten van haar werkzaamheden geen winstoogmerk. Indien opbrengsten zijn behaald, kunnen deze enkel worden aangewend ter verwezenlijking van het in lid 1 omschreven doel.


Vermogen

Artikel 3

1.         Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door: subsidies en donaties, zowel financieel als in goederen; schenkingen, erfstellingen en legaten;

alle andere verkrijgingen en baten.

Een aanvaarding van een erfstelling dient in principe een aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding) te zijn.

Indien aan een legaat of gift een last is verbonden, behoeft de aanvaarding daarvan een besluit met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

2.         Een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon mag over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen, een en ander als bedoeld in artikel la van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling.


Bestuur

Artikel 4

1.         Het bestuur van de stichting bestaat uit een oneven aantal van ten minste drie natuurlijke personen. Bij de benoeming van de bestuursleden dienen de regels van de Belastingdienst voor algemeen nut beogende instellingen in acht te worden genomen, zodat, behoudens ontheffing van de betreffende belastinginspecteur:

a.         de meerderheid van de bestuursleden geen familierelatie (of een daar mee vergelijkbare relatie) met elkaar mogen hebben;

b.         één natuurlijk persoon of rechtspersoon niet de meerderheid van de zeggenschap mag hebben in het bestuur.

2.         Het aantal leden wordt - met inachtneming van het vorenstaande - door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling.

3.         Voor de eerste maal worden de bestuursleden bij deze akte benoemd. Daarna geschiedt de benoeming door het bestuur.

4.         Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld. Het bestuur kan een bestuurder ook een andere titel verlenen.

5.         Bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar. Na het verstrijken van de zittingstermijn genoemd in de eerste volzin, treedt het bestuur gezamenlijk af. Een aftredend bestuurslid is onmiddellijk herbenoembaar. Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in het bestuur, zal binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien worden door de benoeming van één (of meer) opvolger(s). Zolang bij het verstrijken van de zittingstermijn van een bestuurder er niet is overgegaan herbenoeming of benoeming van een opvolger, eindigt de functie van de betreffende bestuurder niet.

6.         Het in een tussentijdse vacature benoemde bestuurslid neemt de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. Een bestuurslid dat tussentijds is benoemd, treedt af op het tijdstip dat het oorspronkelijke bestuurslid had moeten aftr eden.

7.         Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, met dien verstande dat niet één bestuurder als enige bestuurder over het vermogen van de stichting mag beschikken.

8.         Het is niet toegestaan de bestuursleden een beloning toe te kennen, behoudens vacatiegeld als bedoeld artikel la Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling en het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies of een daarvoor in de plaats getreden regeling ­

Een vergoeding van de wegens de vervulling van de bestuursfunctie redelijkerwijs gemaakte onkosten door een bestuurslid is wel toegestaan.

9.         De stichting kan aan een bestuurder een vrijwaring geven voor kosten van juridische procedures en eventueel te betalen schadevergoedingen bij aansprakelijkheid van de bestuurder.


Bestuur; vergaderingen en besluiten

Artikel 5

1.         De bestuursvergaderingen worden gehouden in de statutaire vestigingsplaats van de stichting dan wel op een door het bestuur vastgestelde locatie.

2.         leder jaar worden ten minste twee vergaderingen gehouden.

3.         Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuursleden daartoe een schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter verzoek richt . Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.

4.         De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 bepaalde - door de secretaris, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van aangetekende oproepingsbrieven. De oproepingsbrieven mogen overigens per e-mail of per telefax worden verzonden.

5.         De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.

6.         Het bestuur kan andere personen tot de vergadering toelaten. Indien een persoon is toegelaten, heeft hij een adviserende stem.

7.         Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zij n, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

8.         De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.

9.         Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. leder lid van het bestuur, alsmede de beroepskrachten, hebben recht op een door de secretaris uit te reiken door hem te ondertekenen kopie van de notulen.

10.       Het bestuur kan, voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Is deze meerderheid niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden binnen één maand na de eerste, doch niet eerder dan vijftien dagen daarna, waarin ongeacht de dan vertegenwoordigde of aanwezige bestuursleden, de besluiten kunnen worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

11.       Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.

12.       Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per e-mail of per telefax hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

13.       leder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen andere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

14.       Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.

15.       Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Stemmingen ter vergadering over personen geschieden schriftelijk, op de wijze als in de eerste volzin genoemd.

16.       Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

17.       Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een­ stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid­ van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.


Bestuur; bevoegdheid en vertegenwoordiging

Artikel 6

1.         Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

Het bestuur kan, tot wederopzegging, taken en bevoegdheden delegeren aan een dagelijks bestuur. Het bestuur zal alsdan de leden van het dagelijks bestuur, de taken, bevoegdheden en werkwijze van het (dagelijks) bestuur nader in een reglement vastleggen en kan dit reglement te allen tijde wijzigen of intrekken.

2.         Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding, bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

3.         Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van advies, indien de stichting op grond van het bepaalde in artikel 9 een raad van advies heeft.


Artikel 7

1.         Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

2.         De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

3.         Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.       ­

Einde bestuurslidmaatschap


Artikel 8

Het lidmaatschap van het bestuur eindigt:

  • door overlijden van een bestuurslid-natuurlijk persoon; door verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
  • door verlening van surseance van betaling en/of onder curatelestelling;
  • bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
  • bij ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;

Het bestuurslid kan voorts te allen tijde met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen van de andere in functie zijnde bestuursleden worden ontslagen, evenwel niet dan nadat aan het betrokken bestuurslid de gelegenheid is geboden om zich in een gewone bestuursvergadering te verantwoorden en te verdedigen.


Raad van advies

Artikel 9

1.         Het bestuur kan een raad van advies instellen en opheffen, welke raad van advies bestaat uit de verschillende (groepen) betrokkenen bij het werk van de stichting. Deze raad kan gevraagd en ongevraagd het bestuur adviezen geven.

2.         De leden van de raad van advies worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur. De wijze van voormelde instelling, opheffing en werkwijze van de raad van advies en de benoeming, schorsing, ontslag van haar leden worden bij reglement bepaald.


Directeur

Artikel 10

1.         Het bestuur van de stichting kan een directeur benoemen die met de dagelijkse leiding van de stichting wordt belast.

2.         Afspraken tussen het bestuur van de stichting en de directeur worden vastgelegd in een directiereglement.


Werknemers en consultants

Artikel 11

De stichting mag werknemers voor bepaalde tijd in dienst nemen en/of contracten sluiten met consultants op free-lancebasis voor het uitvoeren van taken en verrichten van werkzaamheden in overeenstemming met het doel van de stichting ­


Vrijwilligers

Artikel 12

1.         Door het bestuur kunnen vrijwilligers tot de stichting worden toegelaten, die zich in zetten om de doelstelling van de stichting te verwezenlijken.

2.         Afspraken tussen het bestuur van de stichting en de vrijwilligers worden geregeld in een reglement als hierna in artikel 14 bedoeld.


Reglement

Artikel 13       

1.         Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.

Het bestuur zal in ieder geval in een reglement vastleggen

  • het actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van verwerving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan, een en als bedoeld in artikel 1a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling;
  • het doel waarvoor het vermogen van de stichting wordt aangehouden, alsmede een motivering van de omvang van dat vermogen, een en als bedoeld in artikel 1b van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling.

2.         Een reglement van de stichting mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn en mag niet in strijd zijn met de van toepassing zijnde criteria om in aanmerking te komen voor een erkenning door de belastingdienst als algemeen nut beogende instelling.

3.         Het bestuur is te allen tijde bevoegd het betreffende reglement te wijzigen of op te heffen.

4.         Het besluit tot vaststelling, wijziging en opheffing van het betreffende reglement moet, in afwijking van het in artikel 7 bepaalde, worden genomen met twee/derde meerderheid in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat. Zijn niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden binnen één maand na de eerste, maar niet eerder dan vijftien dagen daarna, waarin ongeacht de dan aanwezige en/of vertegenwoordigde bestuursleden, de in dit lid 4 bedoelde besluiten kunnen worden genomen met de in dit lid 4 vermelde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.


Commissies

Artikel 14

1.         Het bestuur kan commissies instellen ter uitvoering van diverse deeltake n, die binnen het doel van de stichting vallen.

2.         Het bestuur stelt met betrekking tot de taken en bevoegdheden van deze commissies een reglement vast.

3.         Het bestuur kan besluiten tot opheffing van de commissie en tot wijziging van het door de commissie vastgestelde reglement.


Boekjaar en jaarstukken

Artikel 15

1.         Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

2.         Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester namens het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt en opgesteld, welke jaarstukken binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.

3.         Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken bedoeld in het vorige lid niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan benoemt het bestuur, jaarlijks, een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.

4.         Het bestuur is verplicht aan de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van de stichting te geven.

5.         De commissie onderzoekt de in lid 2 en lid 4 bedoelde stukken.

6.         Vergt dit onderzoek naar het oordeel van de commissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan zij zich op kosten van de stichting door een deskundige doen bijstaan. De commissie brengt aan het bestuur verslag van haar bevindingen uit.

7.         De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld. Nadat het voorstel tot vaststelling van de jaarstukken aan de orde is geweest, zal het bestuur een besluit nemen over het voorstel om kwijting (décharge) te verlenen aan de bestuurders voor het door hen in het desbetreffende jaar gevoerde beleid en bestuur.

8.         De stichting dient haar administratie in te richten conform de eisen van de belastingdienst voor algemeen nut beogende instellingen als bedoeld in de artikelen 1a en 1b van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling.


Statutenwijziging

Artikel 16

1.         Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet, in afwijking van het in artikel 6 bepaalde, worden genomen met tenminste twee/derde van de stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat. Zijn niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden binnen één maand na de eerste, maar niet eerder dan vijftien dagen daarna, waarin ongeacht de dan aanwezige en/of vertegenwoordigde bestuursleden, de in dit lid 1 bedoelde besluiten kunnen worden genomen met de in dit lid 1 vermelde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.

2.         De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.

3.         De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede­ de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.


Ontbinding en vereffening

Artikel 17

1.         Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 145, lid 1 van toepassing.

2.         De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.

3.         De vereffening geschiedt door het bestuur.

4.         De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, als bedoeld in artikel 15, lid 3.

5.         Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

6.         Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt besteed ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel Sb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt, een en ander als bedoeld in artikel la van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 of een daarvoor in de plaats getreden regeling, welke instelling een soortgelijke doelstelling heeft als de stichting.

7.         Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar.


Overig

Artikel 18

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. De comparante is mij, notaris, bekend.